Een boze of teleurgestelde klant aan de telefoon roept bij veel medewerkers één reflex op: zo snel mogelijk naar een oplossing toe praten. Vaak werkt dat averechts — niet omdat de oplossing verkeerd is, maar omdat de klant nog niet klaar is om die te horen.

Erken eerst, los dan op

Voordat iemand een oplossing kan accepteren, wil die persoon merken dat het probleem gehoord is. "Ik snap dat dit vervelend is, en ik snap dat het lang heeft geduurd" kost twee zinnen, maar verandert vaak het hele verloop van het gesprek. Pas daarna landt een oplossing — en pas dan luistert de klant ook echt.

Boosheid is meestal niet persoonlijk

Het is moeilijk om dat in het moment te voelen, maar de meeste boosheid is gericht op de situatie, niet op de medewerker aan de lijn. Wie dat onderscheid kan maken, blijft makkelijker rustig — en een rustige toon is precies wat een boos gesprek nodig heeft om niet verder te escaleren.

Benoem wat je wél kunt doen

Zinnen die beginnen met "dat kan ik niet" zetten een gesprek vast. Beginnen met wat wél mogelijk is — ook als dat minder is dan de klant wil — houdt het gesprek in beweging en voorkomt dat de klant het gevoel krijgt tegen een muur te praten.

De juiste toon vinden in een lastig klantgesprek is een vaardigheid, geen talent. Met oefening in herkenbare situaties wordt het makkelijker om kalm te blijven, ook wanneer de klant dat zelf niet is.